MIJN ENIGE PARANORMALE ERVARING


Het kort geleden verschenen boek van Jacob Jolij over het bewustzijn haalde bij mij een oude herinnering naar boven. Een herinnering aan een ervaring van ruim 40 jaar geleden. Ik noem het een paranormale ervaring. Ik heb er maar één in mijn leven opgedaan. Die ervaring is zo bijzonder dat ik die nauwkeurig onthouden heb.

Vooraf ging mijn tweemaandelijkse archiefreis. In het voorjaar van 1979 vertrok ik voor de reis langs archieven in Keulen, Koblenz, Wiesbaden, Karlsruhe, Engen, Freiburg, Straatsburg en Trier, ter voorbereiding van mijn boek over Anton Engelbrecht, dat in Göttingen bij Vandenhoeck&Ruprecht is verschenen.
Een bezoek aan Bazel was niet gepland, maar na mijn bezoek aan Freiburg besloot ik niet rechtstreeks door te rijden naar Straatsburg maar via Bazel langs de Rijn naar het noorden te rijden. Ik wilde in Bazel de kathedraal met de kapel bezoeken, waarvan Engelbrecht korte tijd de altarist was geweest. Een plattegrond van de stad had ik niet bij mij, maar een kathedraal kan je ook zonder kaart vinden.

Ik reed op een morgen Bazel binnen met de bedoeling niet al te ver van het centrum te parkeren en verder te lopen. Ik vond een vrij plekje in een lommerrijke laan. De naam, Bernouillistrasse, knoopte ik in mijn geheugen, om de auto terug te kunnen vinden. Maar na mijn vertrek uit Bazel verdween die naam weer uit mijn actuele geheugen.

Enkele weken na mijn terugkeer in de Van Hogendorplaan 23 in Hilversum, viel er - het was inmiddels september - een brief uit Straatsburg op de deurmat. Afzender was dr. Jean Rott, de gepensioneerde stadsarchivaris  van Straatsburg, die ik had hem leren kennen toen ik in Straatsburg archiefonderzoek deed en bij hem logeerde.

Jean Rott schreef dat hij een brief had ontvangen van dr. Fritz Husner, een classicus, die directeur van de UB van Bazel was geweest. Husner, die halverwege de tachtig was, schreef hem dat hij enkele weken geleden besloten had uit te zoeken wie de schrijver was van de glossen (korte notities) in de brede kantlijn van enkele statige folianten van de door Erasmus bezorgde uitgave van de werken van de kerkvader Hieronymus (verschenen 1516 in Bazel). Die folianten stonden al enkele decennia in zijn boekenkast, maar hij was er niet eerder toe gekomen, om die glossen goed te bekijken.

Husner stelde vast dat de schrijver van de glossen iemand moest zijn die in Straatsburg leefde en een tegenstander was van Martin Butzer, de bekende reformator van Straatsburg. Hij begon na enig speurwerk in de literatuur te vermoeden dat de schrijver Anton Engelbrecht was. Daarom zond hij Jean Rott een kopie van een bladzijde met glossen in de kantlijn, met de vraag: Is dit Engelbrechts handschrift?

Om zekerheid te krijgen en mij te informeren stuurde Rott zijn hiervoor genoemde brief. Ik herkende het handschrift direct. Ik nam contact op met Husner en reisde niet lang daarna per auto naar Bazel om met hem kennis te maken en een eerste blik op de folianten te werpen, die ik later in de bibliotheek van de universiteit grondig heb kunnen onderzoeken en belangrijk bleken voor de biografie van Engelbrecht. Ik vond een plekje vlakbij het huis van Husner. Toen ik uit de auto was gestapt, zag ik dat ik daar eerder was geweest, in de Bernouillistrasse. De oude herinnering aan die naam kwam tot leven. Ik werd hartelijk door Husner ontvangen. Hij vertelde dat hij enkele weken geleden de folianten uit de kast had gehaald om de glossen te bekijken en zo achter de naam van de schrijver te komen.

In het najaar parkeerde ik mijn auto bijna op dezelfde plek als in het voorjaar. Ik had in het voorjaar nog nooit van Fritz Husner gehoord, was van mijn voorgenomen route naar Straatsburg afgeweken, naar Basel gereden, naar de straat waar zoals ik later ontdekte, Husner woonde. In de zomer van dat jaar … liep Husner, die nog nooit van Anton Engelbrecht had gehoord, naar zijn boekenkast om de glossen te bekijken. Toeval? Synchroniciteit?

Wat ik heb meegemaakt roept onbeantwoorde vragen op. Bijvoorbeeld, kan iemand die in 1556 is overleden, ruim vier eeuwen later hierin de hand hebben gehad? Mijn beperkte verstand zegt nee. Er het begrip "paranormaal" aan koppelen maakt dit raadsel niet kleiner. Deze geschiedenis past bij de opvatting dat het bewustzijn een universele dimensie is, niet gebonden aan afstand en tijd.

Herschreven tekst oktober 2020

Comments